Geloof en Samenleving Publicaties

Wij zijn broeders

Op hun eigen kleine schaal proberen Enis Odaci en Herman Koetsveld meer begrip tussen moslims en christenen te bereiken. ‘Wij zijn maar twee mensen. Gewoon een moslim en een christen die elkaar vertrouwen en klaar zijn met al het negativisme.’

Aarzelend stond hij met de hoorn in de hand. Voor het eerst in zijn leven een dominee spreken, ergens was dat bijzonder. Hij besloot toch een mail te sturen. Enis Odaci had opgevangen dat dominee Herman Koetsveld zich met een manifest verzette tegen het stigmatiseren van moslims. En hij woonde ook in Hengelo. Het verraste Odaci, zelf moslim. 

“De joods-christelijke traditie, daar verschuilen Wilders en zijn sympathisanten zich achter. Maar nu kwam uit een kerk ineens een heel ander geluid.” Na een eerste afspraak tussen de dominee en de moslim, nu al bijna twee jaar geleden, volgde een tweede, en een derde, want het klikte. Ze begonnen een briefwisseling (deels afgedrukt in Trouw), en geven samen lezingen en ontplooien tal van initiatieven. De mannen zijn inmiddels dusdanig met elkaar vergroeid dat Odaci bijbelteksten citeert en Koetsveld zijn studieverlof aan de islam wijdt.

In de rustige stad in Overijssel vertellen ze over hun ervaringen, aan de koffietafel in de kerk van Koetsveld. Koetsveld geeft lachend toe: “Ons eerste gesprek liep natuurlijk voor geen meter. We moesten even aan elkaar  wennen.” Odaci lacht ook. “Maar kom op, ik was dan ook voor het eerst van mijn leven in een kerk.” Koetsveld: “En nu kom je vaker in de kerk dan in de moskee.” Odaci: “Ik was toch al niet zo’n moskeeganger.”

Wij streven naar hetzelfde, zegt Koetsveld: “Onze neuzen staan dezelfde kant op. Hoe bouw je een samenleving op, van onderaf, daar willen we allebei een antwoord op vinden. We houden ons expres niet bezig met politiek.” Odaci valt hem bij: “Denken in alleen abstracte verhalen, zonder praktische invulling, leidt nergens toe.” Behalve de politiek laten Koetsveld en Odaci ook de theologische waarheidsclaims voor wat ze zijn. Daar hebben ze het niet zoveel over, vertelt Koetsveld. “Iedereen heeft zijn eigen inspiratiebron, dat pakken we niet van elkaar af. Wat doen we er vervolgens mee? Het gaat dan bijvoorbeeld over onze kinderen. Wat voor droom heb je voor hen?” Odaci: “Kinderen zijn kinderen. Of ze nu moslim zijn of christen, dat maakt niet uit.”

Wel laten ze zich inspireren door God en Allah. Over de benaming doen ze niet moeilijk. Odaci: “Jezus lijkt op Mohammed en andersom, God is Allah.” Volgens de eerste afgewezen versie van de islamnota van de Protestantse Kerk in Nederland, de kerk van Koetsveld, zou Allah een andere God zijn dan die van christenen. “Flauwekul”, zegt Koetsveld. “Er is één werkelijkheid, die we niet kennen. Hoe het heet kan me niets schelen. Dat zwelgen in de eigen waarheid leidt nergens toe. Je moet het geloof omzetten in daden. Dat zegt de Bijbel trouwens ook.” Odaci valt in: “Heb je de naakten gekleed, de hongeren gevoed?” – refererend aan een tekst uit Mattheüs. “Ja, ik lees de Bijbel”, zegt hij. “De Koran is er tenslotte een verlengstuk van. In de islam is geloof ook niet het belangrijkste – je wordt beoordeeld op wat uit je handen komt. Wat is een wolkendek zonder regen?” Koetsveld strekt zijn arm uit naar Odaci: “Zie je nu dat we broeders zijn?”

Verschillen tussen de tradities ontkennen de mannen niet. Odaci: “Duizenden zijn er. De meest lastige is: bij moslims staat het heilige boek altijd voorop. Zoals bij christenen de positie van Jezus doorslaggevend is. Ze zijn het oneens hoe God zich manifesteert, in Christus of in de Koran.” Maar Koetsveld noch Odaci laat zich door zulke verschillen belemmeren. Odaci: “Wij zetten een stap verder, door te vragen: Wat betekent de Koran of Christus in het dagelijks leven?” Bij lezingen, vertelt Odaci, steekt nog wel eens een ‘collegamoslim’ de vinger op, en roept: ‘Maar Mohammed is de beste weg.’ “Het enige wat ik dan zeg, is: Laat dat dan maar eens zien. Zet een voedselbank op, geef handen en voeten aan je geloof.”

Hij pleit voor een Nederlandse islam, één die past in de Nederlandse cultuur. “Ik lees de Koran op morele richtlijnen: humaniteit, liefde, vrede.” Lang niet iedereen is het eens met de toenadering tussen de moslim en de dominee. “Wij zorgen voor gefronste wenkbrauwen”, zegt Odaci. “Vooral als we iets zeggen wat mensen nog niet wisten. Pauw & Witteman laat moslims in de meest vreemde gewaden aan tafel zitten – dat zorgt voor vuurwerk op tv. Zulke mensen bepalen het beeld van moslims.” Met hun gezamenlijk optreden willen Koetsveld en Odaci dat beeld doorbreken. “Mensen nemen tijdens lezingen echt een lijstje koranverzen mee”, zegt Koetsveld, terwijl hij er veelbetekenend bij kijkt. “Ze kunnen niet geloven dat hij een humaan beeld van de islam geeft. Maar toch raken ze in de war als ze hem zien. Dan wordt hij een naaste.”

Vooral uit orthodoxe hoek krijgen ze tegenwind. Noemt Odaci zich vrijzinnig? “Dat ben je al snel.” Ook Koetsveld geeft toe dat hij zich aan die kant bevindt. “Ook al vind ik ‘vrijzinnig’ een rotwoord.” Koetsveld: “Kijk, als ik heel braaf vage preekjes houd, heb ik geen problemen. Maar als ik oproep om met moslims in gesprek te gaan, krijg ik kritiek.” Na afloop van een lezing, zegt Koetsveld, greep iemand hem bij de arm. “Een schat van een vrouw uit mijn gemeente. Ze vond wat Odaci had verteld magnifiek. Maar nog, zei ze, hoorde ze een stemmetje van haar moeder: ‘Uiteindelijk gaan ze het hier toch overnemen’.” Odaci hoort het aan en lacht: “Mooi is dat!”

Maar bij dames uit de gemeente die hun hart luchten blijft het niet, zegt Koetsveld. “Ik krijg mails binnen waarin staat: ‘Pas op, pas op.’ Soms wordt ook de satan erbij gehaald. Ze etiketteren mij als volkomen dwaas.” Bang zijn ze, merkt Koetsveld op. “Ik ga vanaf de kansel heus geen Koranteksten citeren. Ik wijs alleen op wat er tussen ons gebeurt”, en hij laat zijn vinger een paar keer van Odaci naar hem en weer terug gaan. “Dat is vertrouwen”, zegt hij. “Wij noemen onze namen. Hij is moslim, ik christen. Dat is alles.”

Ze zeggen geen grootse verwachtingen te koesteren – ook al spat het idealisme de mannen van de gezichten af. Odaci: “Het kleine is het individuele. Op dat niveau gaan mensen pas echt nadenken. Wij zijn maar twee mensen. Gewoon een moslim en een christen die elkaar vertrouwen, en klaar zijn met al het negativisme. Goed, in de Koran staan vreemde verzen. In de Bijbel ook. Dat weten we inmiddels wel. Maar hoe nu verder?” Als Odaci op dreef raakt, wat hem gemakkelijk afgaat, luistert Koetsveld, af en toe instemmend knikkend. Terug naar Odaci, die nog middenin zijn betoog was: “Wij hebben geen einddoel. Met zijn tweeën zeggen we dat vertrouwen mogelijk is. En als we samen op de foto staan kan dat al een domino-effect teweegbrengen. Als onze invloed beperkt blijft tot Hengelo, hebben we daar ook vrede mee.”

Volgens Odaci is de afgelopen jaren gebleken dat de landelijke platforms in elk geval niets oplossen. “Pas als er een moslim op bezoek komt in de kerk, of een dominee in de moskee, komt het dichtbij.” Hij stipuleert: “Wij zijn geen naïevelingen.” Op tafel staat geen thee, maar koffie. Toch zal ongetwijfeld ergens het begrip ‘theedrinken’ vallen over jullie werk. Koetsveld, : “Dat vind ik verschrikkelijk flauw. Want wat is het alternatief? Ik zie er geen. Ja, Enis het land uit gooien.”

Het is niet zo dat Koetsveld de angst voor de islam volstrekt onbegrijpelijk vindt, sterker nog, blijkt tenslotte, hij deelt die in zekere zin. “Het andere dat zo anders is roept gevoelens van vervreemding en angst op. Heb ik zelf ook zo gevoeld. Het zit in ons. Met die gevoelens is niets mis”, legt Koetsveld uit, “maar het gaat erom wat je ermee doet. Kies je voor de mediawaarheid of het persoonlijk contact. Voor angst of vertrouwen? Het laatste is de kern van alle religie en het maakt van ons geen theedrinkers.”

Meer info?
Bewerkt interview in Trouw

Laat een bericht achter