Geloof en Samenleving Publicaties

Vrijheid geef je door

Dodenherdenking 4 Mei 2012, uitgesproken door Herman Koetsveld in de Lambertuskerk in Hengelo. “Het thema van deze vierde en vijfde mei luidt: ‘Vrijheid geef je door’. Als een kauwgommetje stopte ik dit zinnetje in mijn ziel om me te laten verrassen door de smaken die het zou gaan afgeven. Verrassend was het inderdaad, want al innerlijk kauwend kreeg het niet minder, maar steeds meer smaak. Wilt u met mij proeven aan dit op zichzelf zo eenvoudige zinnetje?…”

Dodenherdenking 4 Mei 2012, uitgesproken door Herman Koetsveld in de Lambertuskerk in Hengelo.

“Het thema van deze vierde en vijfde mei luidt: ‘Vrijheid geef je door’. Als een kauwgommetje stopte ik dit zinnetje in mijn ziel om me te laten verrassen door de smaken die het zou gaan afgeven. Verrassend was het inderdaad, want al innerlijk kauwend kreeg het niet minder, maar steeds meer smaak. Wilt u met mij proeven aan dit op zichzelf zo eenvoudige zinnetje?

‘Vrijheid geef je door’. Even ontleden: onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp. Onderwerp: je. Maar zo opgeschreven voelen we wel aan: de opstellers hebben iedereen op het oog. Onze hele samenleving wordt aangeraakt in deze dagen van 4 en 5 mei. Wij geven door, of wij geven niet door. Maar hier: jij. Je wordt individueel aangesproken. Jij, wat geef jij door? Waar sta jij voor? Niemand die zich aan deze vraag kan onttrekken.

Dan: het gezegde: ‘geef door’. Doorgeven. Bij dit werkwoord ging ik van alles en nog wat proeven. Doorgeven, overdragen, in het Latijn traderen; ons woord traditie komt er vandaan. ‘Geef je door’. Ik dacht: gaat het hier om een soort gebod: Jij moet vrijheid doorgeven? Of is het de gewone werkwoordsvorm: jij geeft vrijheid door? Dan is het eigenlijk een waarneming. En inderdaad, ik geef nog al wat door. Allereerst als vader aan vier kinderen. Maar ook ben ik van beroep doorgever: van taal, van woorden uit de christelijke traditie die niet minder dan God zelf ter sprake wil brengen.

Ik groef in mijn geheugen. Maar ik kon me niet herinneren dat ik ooit gedacht heb: ik geef vrijheid door. Voor het eerst van mijn leven ging ik daarover nadenken. Of ik vrijheid doorgeef: ik zou het echt niet weten. Maar als gebod of oproep bedoelt raakte ik in de war: hoe moet ik dat nou voor elkaar krijgen: vrijheid doorgeven?

Tenslotte het lijdend voorwerp: vrijheid. Vooraan geplaatst in de zin en dan komt als vanzelf daar alle nadruk op te liggen. Lijdend voorwerp nu als beeldspraak. Welnu dat klopt meer dan ons lief is. Vrijheid, de zoektocht naar vrijheid, zowel innerlijk als maatschappelijk; altijd is het met vormen van lijden verbonden. Al die mensen die wij vandaag gedenken: al die namen, die eindeloze lijsten met namen. Zij hebben hun leven gegeven of hun leven is genomen ter wille van de vrijheid. Ja, het is waar, toen en nu: de vrijheid en alle mensen die haar dienen: het is en blijft het lijdend voorwerp in deze wereld. Het thema hoor ik dus vooral als een vraag, een persoonlijke vraag: geef ik vrijheid door? En ik bedacht: vrijheid is nooit los verkrijgbaar. En ik hoorde in mijn herinnering de stem van een wijze leermeester die mij had bijgebracht: in het geloof leer je met twee woorden spreken. En die stem (een stem uit de traditie!) hielp me nu verder. Want het is waar: vrijheid staat nooit op zichzelf en is dus ook niet als zodanig door te geven. Sterker nog: wie denkt dat vrijheid los verkrijgbaar is en wel doorgegeven kan worden, die roept doorgaans iets totaal anders op, meestal het tegengestelde van wat oorspronkelijk bedoeld werd. In onze samenleving is een hang naar zo’n vereenvoudigd vrijheidsbegrip. We zijn gewaarschuwd.

Wij hechten terecht zeer aan de vrijheid van meningsuiting. Maar zonder respect keert deze vrijheid zich zo maar om in belediging. Wat wordt doorgegeven is grofheid, hardheid en een heilloos wij-zij-denken dat nog nooit iets goeds heeft gebracht.

Wij verlangen naar de vrijheid om te doen en te laten wat we willen. Maar zonder verantwoordelijkheid keert het zich om naar asociaal gedrag en kweken we hufterigheid.

We willen de vrijheid om te consumeren en te produceren wat we ons maar wensen, maar zonder toekomstvisie ontaardt deze vrijheid in een ongekende ecologische crisis. We traderen naar de volgende generaties een onvoorstelbare en mogelijk al onherstelbare vervuiling.

We geloven in de vrijheid van het systeem van groei om geld met geld te maken. Maar zonder gewortelde mensvisie verwordt dat tot onze schrik in een cultuur van graaien en zelfverrijking. En we creëren een samenleving van winners en loosers. De winners zijn zij die het amorele spel van de vrije markt in de vingers hebben.

Vandaag op deze 4e mei van 2012 pleit ik ervoor om weer te leren met twee woorden te spreken. Alleen dan kunnen we werkelijk vrijheid doorgeven, traderen, de traditie van democratie en solidariteit met de zwakken vernieuwen. Ik noem een paar van die woorden.

Vrijheid en geduld: om het uit te houden dat er zoveel onvolmaakt is en dat dus onze idealen altijd uitgehold kunnen worden door sluipend cynisme. Vrijheid en moed: moed om op te staan tegen alles en iedereen die zich ontpopt als onderdrukker, als belager van de vrijheid. Vrijheid en rechtvaardigheid: dat we niet vervallen in een samenleving, lokaal, nationaal of mondiaal van winners en loosers. Vrijheid en fijngevoeligheid: dat we niet er op uit zijn de ander die anders is dan wij zelf, of anders denkt dan wij zelf of anders gelooft dan wij zelf in haar of zijn diepste zijn te kwetsen. Maar juist andersom: dat we de innerlijke ruimte ervaren om die ander te willen ontmoeten, te waarderen, te begrijpen en misschien zelfs van haar of van hem te willen en kunnen leren. Vrijheid en toekomstperspectief: het mag en kan toch nooit zo zijn dat we een ongelimiteerde vrijheid voor onszelf opeisen waarvan we weten – en inmiddels tamelijk nauwgezet weten – dat de gevolgen voor de wereld van onze kinderen en kleinkinderen desastreus zullen zijn?

Met twee woorden leren spreken. Ook het allerhoogste woord moet nu gezegd worden als we het over het doorgeven van de vrijheid hebben:

Vrijheid en…liefde. Die twee zijn met elkaar getrouwd. En dan bedoel ik niet de liefde van de vlinders in de buik – ook mooi -, maar de liefde als solidariteit. Liefde met handen en voeten. Liefde als vernieuwd noaberschap in je buurt, in de stad, in onze samenleving, wat mij betreft ook in de mondiale samenleving. Onze  wereld is immers een dorp geworden.

En tenslotte: vrijheid en vertrouwen. Uit het lied dat deze dagen zo veelvuldig klinkt, het Wilhelmus (ook wij zullen het straks zingen): ‘Mijn schild ende betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer. Op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmermeer.’ In die traditie die toen aan de lieddichter en de generaties door ook aan ons is doorgegeven wordt gezegd: de ultieme vrijheid vindt een mens enkel in de Eeuwige, in dat geheim van het leven dat alles en iedereen overstijgt.

Vanuit die diepste innerlijke vrijheid hoor ik vandaag dat uitnodigende motto: ‘Vrijheid geef je door’. Zo’n eenvoudig zinnetje met een onderwerp, gezegde en lijdend voorwerp. Dat jouw liefde en vertrouwen erdoor geraakt mag worden.”

Laat een bericht achter