Geloof en Samenleving

Mijn moment van 2014

Als je je een beetje beweegt tussen andere mensen maak je elke dag wel wat mee. Op een dag maak je soms twee of drie relevante dingen mee. Op je werk, met de familie, of tijdens een van vele andere bijeenkomsten. Voor je het weet heb je op jaarbasis minimaal duizend kleine en grote bijzondere momenten meegemaakt. En dan heb ik het nog niet eens over de gebeurtenissen die weinig met jezelf te maken hebben, maar meer met anderen. Internationale ontwikkelingen, nationale gebeurtenissen, lokale bijzonderheden. Welke van deze momenten vormt dan hét moment van 2014? Eigenlijk een onmogelijke vraag.

Desondanks had ik na lang wikken en wegen het idee dat ik voor mijzelf dat moment gevonden had. Komt de redactie van Trouw opeens met de conclusies van een onderzoek naar de journalistieke integriteit van een van hun verslaggevers: Perdiep Ramesar. Deze journalist introduceerde de ‘shariadriehoek’. In de Haagse Schilderswijk, zo stelde hij, had zich inmiddels een orthodoxe islam gevestigd die de Nederlandse cultuur aan het verdringen was. Roken was verboden, korte rokjes ook. Alleen de verkoop van halal vlees was toegestaan en alcohol was uit den boze. Mensen waren er bang.

De media doken er boven op. Radio, televisie, internetblogs en diverse sociale media… het was smullen geblazen. Je zou bijna geloven dat er in de Schilderswijk doldwaze moslims rondlopen die met een Kalasjnikov in de linkerhand en een IS-vlag in de rechterhand de hele dag massaal “Allahuakbar!” roepen. Waarschijnlijk vreesden politici om voor wegkijker uitgemaakt te worden en dus riepen zij keurig in koor om een stevige aanpak. Potsierlijk plaatje: staatsmannen die onder mediabegeleiding een kijkje in de shariadriehoek gingen nemen. Onverwachte domper: het viel allemaal reuze mee met die barbaarse islam. Vervolgens herintroduceerde Ramesar een door Elsevier gebruikt woord in Trouw, namelijk de jihad-belt! Toegegeven, de woorden zijn en blijven geniaal tot in het absurde. Uiteindelijk bleek Ramesar een leugenaar, die onder druk van zijn leidinggevenden dit soort fantasieverhalen publiceerde. Tofik Dibi noemde het in zijn analyse al treffend een journalist en een redactie die niet bang waren om ‘maatschappelijke handgranaten’ te gooien.

Perdiep Ramesar zal wel weggezet worden als eenling. Hij is echter een exponent van de mediacultuur. Trouw is exponent van de huidige mediacultuur. Een tijdje geleden werd ik geïnterviewd door twee studenten journalistiek die iets voor de NRC en Zembla zouden willen publiceren. Onderwerp was een zogenaamd conflict tussen soennieten en sjiieten op schoolpleinen, geïmporteerd sektarisme uit het Midden-Oosten als het ware. Na een uur het tegendeel bewijzen en doorvragen kwam de aap uit de mouw: ze moesten van hun docenten op zoek naar mensen die dat (dus niet bestaande) conflict een smoel kunnen geven. Het thema was gebaseerd op een vermoeden, geen feiten. Schandalig. Ik betrapte mijzelf erop de jongelui een speech te geven over hun verantwoordelijkheden. Dat zij de keuze hebben tussen journalistieke principes of het grote effectbejag. Voor mij waren het twee jonge Perdiep Ramesars in de maak.

Ook het sjieke establishment is onderdeel van het probleem. Zo hebben Andries Knevel en Tijs van den Brink in hun talkshow net zoveel, zo niet meer schade aangericht dan Perdiep Ramesar. Zij hebben soms letterlijk elke dag zeer eenzijdig aandacht besteed aan de zogenaamde sharia-praktijken in de Schilderswijk. ISIS was aan tafel niet weg te slaan. Moslims die het een goed idee vinden om het kalifaat ook in Nederland te vestigen waren welkom. Moslims die zijn uitgedost met een lange jurk en een indrukwekkende baard waren extra welkom. Als er een keer een genuanceerd geluid aan tafel zat, werd die persoon wel vakkundig geframed door de heren van de talkshow-waarin-het-evangelie-oplossing-is-voor-alle-wereldproblemen. En dat geldt voor vele andere televisieprogramma’s, krantenredacties en websites.

Mijn moment van het jaar is dus de definitieve en kristalheldere onthulling van de populistische ‘islamfixatie’ binnen de Nederlandse media. Het aloude principe van bronnencheck, hoor- en wederhoor en het nemen van tijd om na te denken over de impact van publicaties lijkt steeds meer te worden losgelaten. Klopt, er is een enorme concurrentiestrijd gaande tussen mediaplatforms en tussen oude en nieuwe media. Iedereen is tegenwoordig blogger en Twitter en Facebook zijn vele malen sneller dan welke redactie ook. Maar juist daarom hebben redacties letterlijk de tijd om het nieuws te dubbelchecken, om te duiden en te analyseren, en ook om te bezinnen. Als dat niet gebeurt, zullen er nog vele maatschappelijke handgranaten de samenleving in worden gegooid. Alle initiatieven die er op gericht zijn om de multiculturele en interreligieuze spanningen in de samenleving weg te nemen verdienen beter.

Hopelijk gaan nu meer mensen beseffen dat de mediawerkelijkheid niet de enige werkelijkheid is. Wat er ook gebeurt, ik geloof in de kracht van de waarheid. Verspreiding van leugens en de moedwillige aanwakkering van angst zijn als een dik pak sneeuw op een stevige rots. Eén van de twee zal moeten wijken. En het is niet de rots.

Meer info?
Dit artikel is op 27 december 2014 gepubliceerd op Nieuwwij.nl

5 Reacties

  • Don’t shoot the messenger. Het volk is extreem geinteresseerd in nieuws dat gaat over islam en/of allochtonen. (En ook blote mensen en seks doen het altijd goed overigens)

    Vandaar dat elk CBS- onderzoekje over allochtonen direct nieuws is, en een beetje slimme journalist liever een item over discriminatie binnen de Islam maakt dan over iets saais als discriminatie binnen de Gereformeerde kerk.

  • Het verhaal van Enis Odaci dat ik vanmorgen ook op de website van NieuwWij aantrof, is voor mij ook na het bloedbad van Parijs nog alleszins waardevol voor de dialoog in Nederland. Ook om niet van het een na het andere incident te rennen.
    Bas Heijne repte gisteravond in Nieuwsuur over ”de staat van permanente gekrenktheid” van (jonge) mensen binnen de islamitische gemeenschap in Nederland. Dat we daar in ons land meer mee zouden moeten doen.
    Wat de media betreft, sluit ik als (gepensioneerd) journalist me aan bij Tofik Dibi dat zij te wit zijn.

    Jullie groetend,
    Jan ter Haar.

    • Beste Jan,
      Dank voor de ondersteunende woorden. Inderdaad moeten we, liefst gezamenlijk, zoeken naar alternatieve geluiden. Ze zijn er een ze doen hun allerbest om gehoord te worden temidden van incidenten en een sfeer van angst en wantrouwen. Uw steun helpt.
      Groet, Enis Odaci

  • Ondermeer naar Dagblad Trouw en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) stuurde ik vanmorgen onderstande bijdrage.
    ”De onder aanvoering van premier Rutte bejubelde (pers)vrijheid van meningsuiting ervaar ik deze dagen als westers en wit.
    Ik zie in Nederland geen mensen de straat op gaan voor eenzelfde aanslag in Ankara, Amman of Teheran.
    Wel weer in New York of Tell Aviv.
    Zo universeel is die vrijheid niet, we moeten blijkbaar het gevoel hebben dat het om ónze vrijheid gaat.”

Laat een bericht achter