Zeven Zuilen

Werkvormen bij De Zeven Zuilen

Werkvormen voor groepsbijeenkomsten met De Zeven Zuilen

Uitgangspunt bij deze werkvormen:

  • Er kan het beste sprake zijn van een groep tot maximaal 14 volwassen deelnemers.
  • De werkvormen gaan telkens uit van één bijeenkomst, maar er kan uiteraard ook gekozen worden van een serie bijeenkomsten waarbij de onderstaande werkvormsuggesties zowel herhaald als gemixt kunnen worden.

WERKVORM 1
Nader kennismaken met…

De deelnemers hebben van tevoren één van de hoofdstukken gelezen. De interesse van de groep kan de keuze sturen: b.v. islam en multi-culturaliteit: Nuweira Youskine, jodendom: Lody van der Kamp, filosofische overwegingen: Ad Verbrugge enz.

  1. Na het welkom vertelt de gespreksleider het doel van het gesprek: aan de hand van de thema’s van het gelezen interview delen we met elkaar onze ervaringen, vragen en opmerkingen bij wat we gelezen hebben. Van tevoren staat vast hoe lang de bijeenkomst mag duren (met of zonder pauze?)
  2. Eerste rondje (alle deelnemers worden uitgenodigd hier kort iets van te zeggen): wat heb jij ervaren aan het lezen van dit interview? (hier gaat het dus om het belevingsniveau). De gespreksleider ziet er op toe dat het hier niet al direct over de eventuele discussiepunten gaat.
  3. Inventarisatie van gesprekspunten: wie wil iets van het gelezene inbrengen (vraag, instemming, struikelantwoord, wens om toelichting, afhaakpunt enz.). De gespreksleider noteert, vat de inventarisatie samen en stelt aan de hand van de genoemde inventarisatie de ‘agenda’ van de gesprekthema’s vast.
  4. De gespreksleider nodigt de deelnemer(s) die een bepaald punt hebben ingebracht dat toe te lichten, geeft er zo nodig nog een gespreksvraag bij: ‘Wat vinden jullie van het antwoord van …, spreekt het je aan’. Of: wat leer je van deze visie? Hoe zou jij/zouden jullie op deze vraag willen antwoorden?
  5. Punt 4 kan met een volgend gesprekspunt uit 3 worden herhaald. Maak er geen haastwerk van: als het gesprek loopt, dan kan er ook voor gekozen worden de openstaande punten uit 3. in een volgende bijeenkomst te behandelen.
  6. Afronding (10 minuten voor de afgesproken eindtijd). De gespreksleider nodigt de deelnemers uit om met elkaar te delen van wat er aan deze bijeenkomst gedeeld is: ‘wil/kun je vertellen wat jij uit dit gesprek meeneemt?’. Of: ‘Er is veel gezegd vanavond, weet jij wat er voor jou op de zeef blijft liggen?’
  7. De gespreksleider rond af met het benoemen van het eventuele vervolg + afspraken.

 


WERKVORM 2
Zoveel mensen, zoveel gedachten…

De deelnemers zijn uitgenodigd om twee interviewgesprekken van tevoren te lezen. Bijvoorbeeld die met Mounir Samuël en Marije de Jong.

Dezelfde 7 stappen als hierboven genoemd kunnen worden gemaakt, maar nu zal in de vraagstelling het element van de vergelijking komen te liggen. Dat kan helpen in het eigen zoeken naar antwoorden. Stap 3 wordt dan vervangen door vragen die de gespreksleider naar voren brengt.

Voorbeelden van gespreksvragen:

  • bij welke van deze twee gesprekken voel jij je het meest thuis?
  • wat in deze gesprekken raakt aan je eigen spiritualiteit?
  • welke vraag zou jij aan (een van) beide vrouwen willen stellen?

 


WERKVORM 3:
Dieper duiken in een gedachte…

De deelnemers hebben van te voren de antwoorden gelezen die door de zeven geïnterviewden (maar ook hier kan natuurlijk voor een beperkter aantal worden gekozen) bij een bepaalde stelling zijn gegeven. B.v. die van ds.Martin Luther King: I have a dream. (De gespreksleider heeft er de betreffende paginanummers bij geleverd, anders is het een zoekplaatje voor de deelnemers).

Dezelfde 7 stappen als in werkvorm 1 worden gemaakt (uiteraard met aanpassing van de gespreksvragen) B.v. stap 2, het rondje ‘beleving’: ‘Wat heb jij ervaren toen je al die reacties op een rijtje las bij ‘I have a dream’?’
Deze werkvorm nodigt heel nadrukkelijk uit om het eigen standpunt/de eigen ervaring te verbinden of juist te onderscheiden met die van de zeven geïnterviewden.

Voorbeelden van gespreksvragen:

  • wat is je opgevallen bij die zeven (of welk aantal dan ook) reacties?
  • je hebt zeven mensen over ‘I have a dream’ (als voorbeeld dus) gehoord. Welke reactie heeft jou weten te raken?
  • wat is jouw antwoord op deze uitspraak die zoveel mensen te denken heeft gegeven?

 

WERKVORM 4:
Mijn eigen zevende zuil…

Zonder voorbereiding. Kan ‘los’, maar ook als afsluiting van een serie gesprekken gebruikt worden. Elke deelnemer heeft pen en papier.

  1. de gespreksleider kiest 1, 2, hooguit 3 reacties op de laatste vraag bij elk van de interviews: wat is jouw zuil? Hij/zij kan die voorlezen, maar er kan ook voor gekozen worden om in stilte tijd voor het lezen te nemen.
  2. rondje (alle deelnemers worden uitgenodigd te reageren): Wat heb jij ervaren aan deze persoonlijke ‘zuilen’?
  3. de deelnemers worden uitgenodigd om zelf een ‘zuil’ te formuleren (is dus een levensmotto, basisthema, geloofsuitspraak dat het eigen leven draagt). De deelnemers schrijven het op.
  4. de gespreksleider nodigt de deelnemers uit om de opgeschreven tekst voor te lezen. Wie wil, mag dat uiteraard toelichten. De gespreksleider moet hier opletten dat iedereen aan bod kan komen, omdat deze vraag ook raakt aan levensverhalen. Wel tijd geven dus, maar ook recht doen aan ieders inbreng. Het is mooi als eerst iedereen luistert naar elkaars ‘zuilen’ + eventuele toelichtingen.
  5. (indien er nog ruimte is): Wat heb je hier gehoord? Wat valt je op. Heb je iets gehoord bij de anderen waar je op in wilt gaan?
  6. afronding: wat neem mee je hier vandaan?

 

WERKVORM 5:
Het stellingenspel

  1. De zes ‘zuilen’ uit het boek liggen genummerd (zie inhoudsopgave) op kaartjes geschreven op tafel. Er moet gekozen worden wat er besproken gaat worden. Dat kan b.v. door een dobbelsteen te gooien. Of de gespreksleider kan ook een deelnemer een kaartje ongezien laten trekken. Kortom: er zit een verrassingseffect in wat besproken gaat worden.
  2. rondje: wat is je eerste associatie bij deze ‘zuil’. Deelnemers moeten dat in één zin proberen te zeggen.
  3. vanuit associatieronde: wat valt je op in dit eerste rondje associaties?
  4. voorbeelden van verdiepende gespreksvragen:
    – wat heeft … (naam van wie de uitspraak heeft gedaan) volgens jou bedoeld?
    – wat roept deze ‘zuil’ bij jou op aan gedachten, ervaringen, vragen?
    – helpt deze zuil jou om over jezelf en je leven na te denken?
    – inspireert deze ‘zuil’ jou?
  5. afhankelijk van de tijd: herhaling van de bovenstaande stappen
  6. afronding (+ afspraken eventueel) vervolg: wat neem je mee van dit gesprek?

Laat een bericht achter