Geloof en Samenleving

Brussel – tussen rede en waanzin

Het kenmerk van een nachtmerrie is dat je een gevoel van machteloosheid ervaart. Allerlei enge gebeurtenissen nemen een loopje met je en geen schreeuw, geen vlucht, helpt je uit de droom. Je kunt na afloop alleen maar een stevige slok water nemen en de nare herinneringen uit je ogen wrijven. Na de zoveelste aanslag op Europees grondgebied heerst precies dit gevoel: een enorm gevoel van machteloosheid maakt zich van ons meester. Uitspreken helpt niet, afstand nemen ook niet, de wijsneus uithangen door andere misstanden elders zwaarder te wegen helpt zeker niet. Er is pijn, er is verdriet, angst, haat zelfs. Hoe kun je nog helder denken als je vrienden of familieleden hebt onder de slachtoffers? Godzijdank verwerken wij in Nederland de aanslag in Brussel vanachter de krant, smartphone of beeldbuis, maar voor hoelang nog?

Toen het nieuws van een bomaanslag in Brussel de ronde deed, was het geen vraag óf de daders IS-sympathisanten waren. Wederom werd een symbolische locatie temidden van een knooppunt van vele mensen gekozen voor de laffe daad. Ditmaal was het symbolische hart van de Europese Unie doelwit. Symbolen verschaffen ons een identiteit en ze vormen visuele of normatieve ijkpunten in een samenleving, waar mensen zich omheen verzamelen. Als terroristen dat met veel geweld en bloedvergieten letterlijk weten aan te vallen, komen onze oerinstincten bovendrijven. We worden bang en boos. De rede valt weg en we reageren vanuit een primitieve emotie: ‘wij’ worden bedreigd, aangevallen, en dus vluchten we vooruit in de aanval door hele bevolkingsgroepen te veroordelen en ons van hen af te keren. Het resultaat is dat de aanslagen bijzonder effectief zijn. Ze hebben dan namelijk een wig gedreven tussen mensen die eigenlijk elkaars steun en toeverlaat zouden moeten zijn in tijden van angst en wantrouwen.

De voorspelbare handelingen van terroristen worden gespiegeld in de voorspelbare handelingen van verslaggevers en mediaprogramma’s. Het islamitische karakter van de aanslag in Brussel is wederom centraal thema van discussie. Prominente geestelijken spreken zich openlijk uit, de standaard nep-berichten van feestvierende moslimjongeren doen ook weer de ronde, verklaringen van koepelorganisaties volgen en vele, vele individuele steunbetuigingen worden gedeeld via sociale media. De avondprogramma’s op televisie worden gevuld met zorgelijk kijkende BN’ers, opiniemakers en terrorisme-experts. De dag ‘na Brussel’ dringt het besef door: dit gaat vroeg of laat ‘ons’ ook overkomen. “Het is niet meer een kwestie van of, maar een kwestie van wanneer,” zeggen de commentaren Nederland is immers officieel in oorlog met IS, dus waarom zouden de terroristen ons overslaan? Dit vormt een nieuwe nachtmerrie met een nieuw gevoel van machteloosheid.

De hoofdvraag is daarom: nu we dit weten, nu we weten dat het terrorisme niet over zal waaien, wat zal onze houding zijn? Hoe gaan we om met een samenleving waarin veiligheid geen garantie is, maar een illusie? Die vraag moeten we nu even niet stellen aan politici, opiniemakers of vertegenwoordigers van religieuze of maatschappelijke belangenorganisaties. We moeten die vraag vooral aan onszelf stellen. We mogen de politiek overigens graag oproepen om zich op haar buitenlandbeleid te bezinnen, maar dat is misschien iets voor de aanstaande verkiezingen. Nu is het de vraag wat Henk, Ingrid, Ahmed, Fatima, Gert-Jan, Willemijn, Dieter en Pierre gaan denken.

Het is duidelijk dat een nog grotere splitsing in de samenleving dreigt: die tussen moslims en niet-moslims, tussen linkse en rechtse politici en tussen gematigden en tussen bruggenbouwers en rechts-nationalisten. Welke houding kiezen we op individueel niveau in dit veld van tegenpolen? De woede moet serieus genomen worden. Het verdriet moet geuit worden. De angst moet besproken worden. Die ruimte om te rouwen, om te schreeuwen en de deur even hard dicht te slaan, is noodzakelijk voor een samenleving die van slag is. Maar na de eerste emoties, al zo vaak meegemaakt, moet de bezinning volgen. De rede is namelijk penicilline voor de waanzin. Een samenleving waarin de oplossing bijvoorbeeld gezocht wordt in het inperken van alles wat islamitisch is, is een samenleving waarvan we hadden gezworen die nooit meer te wensen. Een samenleving waarin antiwesterse sentimenten serieus voet aan de bodem krijgen, is een samenleving die nooit mag worden getolereerd. De vrije samenleving moet vooral vrij blijven. Niet als alles pais en vree is, maar als de duisternis je in het gezicht aanstaart. Gelovigen en ongelovigen, rechtse en linkse denkers, theologen en wetenschappers, politici en medewerkers uit de samenleving, buren en collega’s – laten we allen onze waarden etaleren. Terroristen zullen dansen op de zielen van de overledenen als we ons hier laten verleiden tot strijd en verdeeldheid.

De angst is een gedeelde angst. De pijn een gedeelde pijn. Moslims en niet-moslims wensen zich samen in te zetten voor de samenleving waar ze gelijktijdig deel van uitmaken. Laat het expliciet zien en vertrouw elkaar. Het begint met gedeelde troost en wederzijds vertrouwen. Elkaar in de ogen aankijken en elkaars gevoelens delen en herkennen. Als we dat steeds weer, ondanks de herhaaldelijke nachtmerries, weten te etaleren hebben wij onze eigen veiligheid gemaakt. Ja, soms tegen een hoge prijs, maar dat is wat ons zo sterk maakt.

Meer info?

Dit artikel is gepubliceerd op Nieuwwij.nl

1 Reactie

Laat een bericht achter