Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Breek de verbondenheid tussen Christendom en Jodendom open

De eerste zondag van oktober geldt in tal van gemeenten van de Protestantse Kerk als ‘Israëlzondag’. De “onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël”, zoals de kerkorde dat formuleert, is daarbij het wiebelige uitgangspunt. Want wie of wat wordt bedoeld met het volk Israël? De joden wereldwijd? De joden in de staat Israël? Of de staat Israël met een internationaal veroordeelde nederzettingenpolitiek? Bedoelt de kerk ook onopgeefbaar verbonden te zijn met de islamitische Arabieren binnen de grenzen van Israël? Niemand die het weet.

Door: Lody van de Kamp, Herman Koetsveld en Enis Odaci

Laten we een stap verder zetten. Zijn we dan ook niet onopgeefbaar verbonden met de christenen onder de Palestijnen? Als het waar is wat de apostel Paulus zegt over Abraham, dat hij vader is van alle gelovigen, zijn dan niet de christenen net zozeer verbonden met de moslims? En wat bedoelen we eigenlijk met ‘onopgeefbaar’? Kunnen we het met het oog op de gerechtigheid ons permitteren ons niet te verbinden of niet verbonden te verklaren met ieder mens, met iedere groep, met elk volk van welke traditie of religie dan ook, die het slachtoffer wordt van onmenselijkheid?

Paulus geeft een beeld van de stam (jodendom) en de loot (christendom). Hij kon nog niet weten van nóg een loot, anders zou hij het genoemd hebben: die van de islam. Natuurlijk, het christendom komt voort uit het jodendom en het allereerste wat van Jezus van Nazareth gezegd moet worden is dat hij een jood was, zoon van Israël. Niets van de christelijke traditie is te begrijpen zonder de joodse wortels. In die zin, zeker, onopgeefbaar verbonden. Maar, zeggen wij erbij, op dezelfde wijze is niets van de islam te begrijpen zonder de joodse én christelijke wortels van de leer van Mohammed en de taal van de Koran te erkennen. In de traditie van Abraham, de geroepene door de Ene, zijn joden, christenen en moslims onlosmakelijk en onopgeefbaar met elkaar verbonden.

Dan de praktijk. De christelijke verbondenheid met Israël is vaak eenzijdig, ingegeven door de trauma’s van de Tweede Wereldoorlog. De joodse verbondenheid met de islam wordt vanwege het doorgaande Israël-Palestina conflict niet zelden als conflict met de Arabische, dus islamitische, wereld gezien. De islamitische verbondenheid met het joden- en christendom is veelal gericht op een islamitische ‘correctie’ van vermeende dwalingen van beide oudere tradities. Internationale ontwikkelingen zetten de banden verder op scherp. Recente bombardementen op Gaza en de opmars van het radicale IS hebben hun uitwerking op de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen in Nederland niet gemist. De relaties tussen de godsdiensten verdienen beter en zijn het waard om gehonoreerd te worden.

De onrustbarende ontwikkelingen vragen daarom om een nieuwe invulling van ‘verbondenheid’. We weten van de geopolitieke belangen, die niet zelden samenvallen met de macro-economie van de wereldwijde energiebehoefte. Maar wanneer internationale spanningen op theologisch niveau geproblematiseerd worden, dient ook daar de oplossing vandaan te komen. De godsdiensten, de gelovigen, hebben dus huiswerk van formaat te verrichten. Zij dienen opnieuw de bronnen van vrede, liefde en barmhartigheid op te diepen – kernwoorden van elk godsgeloof. Deze woorden vormen een religieuze identiteit, die diep verankerd is in heilige boeken, tradities en religieuze taal. De godsdiensten dienen daarom uit te stijgen boven het gegroeide religieuze wantrouwen ten opzichte van elkaar. Een wantrouwen, dat gevoed wordt door theologische waarheidsclaims waarin andere godsdiensten, andersgelovigen, en uiteindelijk andere volkeren, uitgesloten worden.

Wie vervolgens met de moed van de hoop werkelijk naar de ander leert te luisteren, ontdekt in de bronnen en de taal van de ander precies hetzelfde als die uit de eigen traditie. Met dat besef kunnen we elkaars bestaansrecht erkennen en landen en heilige steden delen. Dan kunnen we elke gelovige en elke godsdienst een eigen weg naar God gunnen. Er is geen alternatief. Anders ligt een eeuwigdurende vijandschap met alle mogelijke gevolgen van dien in het verschiet. Het geloof terzijde schuiven, zoals sommige seculieren bepleiten als oplossing, heeft geen enkel realiteitsgehalte. De acceptatie van de theologisch-historische verbondenheid is het noodzakelijke begin om het avontuur van de werkelijke ontmoeting aan te durven, of we het leuk vinden of niet.

De tragiek van de voortdurende spanningen rond Israël en de Palestijnen, tussen het ‘christelijke’ westen en grote delen van de islamitische wereld en die van de dramatische ontwikkelingen binnen de islamitische wereld, ligt in de ontkenning. Nu door de een, dan weer door de ander, of door alle drie tegelijk. De ontkenning dat we onlosmakelijk en dus onopgeefbaar met elkaar verbonden zijn. Alle drie de godsdiensten hebben de heilige opdracht die verbondenheid te erkennen en verder uit te werken, via de theologie, de politiek, het onderwijs, op de werkvloer tot en met de ontmoetingen op straat, zodat nieuwe generaties een veilige toekomst hebben. Niets minder dan de wereldvrede is immers in het geding.

 

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin