Beste Herman, wat roept de naderende herfst bij jou op? Meer dan me lief is, vrees ik. Naarmate ik ouder werd begon ik het patroon te herkennen: in oktober en november gebeurt er iets onbestemds in me, met me. Herfstdepressie? Vind ik gelijk wel weer een groot woord. De door ‘de bladen’ aanbevolen lichttherapie laat ik dan ook nog maar even voor wat het is. Ik zie er nogal tegenop om met zo’n UV-brilletje op m’n knar voor een lampenbatterij te gaan zitten. In m’n gedachten vallen de bladeren trouwens gewoon door.

Beste Herman, wat roept de naderende herfst bij jou op?

Meer dan me lief is, vrees ik. Naarmate ik ouder werd begon ik het patroon te herkennen: in oktober en november gebeurt er iets onbestemds in me, met me. Herfstdepressie? Vind ik gelijk wel weer een groot woord. De door ‘de bladen’ aanbevolen lichttherapie laat ik dan ook nog maar even voor wat het is. Ik zie er nogal tegenop om met zo’n UV-brilletje op m’n knar voor een lampenbatterij te gaan zitten. In m’n gedachten vallen de bladeren trouwens gewoon door.

Daar zit ‘m de kneep. Die vallende bladeren rijmen op iets dieps in mezelf: ik ga ook vallen. En dat moment komt dichterbij. Onvermijdelijk, geen houden aan, wat al die advertenties om dit stukje heen ook roepen om mij jong, happy en lekker bijdetijds te houden. Het is een waarheid als een koe: ‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verdort en de bloem valt af’.

Je kunt dat somber noemen. Ik noem het gelovig realisme. Het afsterven in de herfst is noodzakelijk om door dood van de winter heen te gaan op weg naar het voorjaar. Daar raakt de herfst dus aan: jij en ik vallen ook, vroeg of laat. Die donkere winter komt. En toch: we vertrouwen en hopen op een voorjaar van opstaan en licht.

Meer info?
Hengelo’s Weekblad – Wegener media