Beste Herman,
is jouw protestantse kerk een actieclub geworden?

Het zit zo. Een kleine twee jaar geleden klaagde de Protestantse Kerk de Nederlandse overheid aan. Uitgeprocedeerde asielzoekers zouden volgens het nieuwe beleid van dit kabinet geen opvang meer krijgen. De straat, verpaupering en illegaliteit werd het perspectief voor deze mensen waarvan een groot aantal ook niet meer terug kan naar het land van herkomst – al zouden ze het willen. Het Europees Comité voor Sociale Rechten heeft gisteren de kerk meer dan gelijk gegeven: niet alleen uitgeprocedeerde asielzoekers, maar niemand mag verstoken blijven van voedsel, kleding en onderdak.

Ik ben er trots op dat onze kerk deze stap heeft gemaakt. Het is uitzonderlijk dat de kerk de staat aanklaagt. Maar naar het oordeel van de kerk (en van zoveel anderen) werd hier een grens overschreden: die van de menselijkheid.

Ik probeer me dat wel eens voor te stellen hoe dat zou zijn: geen huis meer, geen geld, geen perspectief op verbetering, niemand die nog op me zit te wachten, mensen die me ervaren als overlast. Ben ik dan nog mens? Hoe in hemelsnaam dan mijn ‘zijn’ nog betekenis kunnen geven? Eerlijk gezegd: ik kan het me eigenlijk niet voorstellen.

De tegenstanders zeggen: je mag mensen geen valse hoop geven. Ik zeg: a. valse hoop bestaat niet en b. het is ergste wat je een mens kunt aandoen: alle grond voor de hoop wegbreken. En ja, dat er mensen staan voor een minimum aan menselijkheid: dat is hoopvol!

Meer info?
Deze column is op 11 november 2014 verschenen in het Hengelo’s Weekblad van Wegener Media