Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Beste Enis, hoe voed jij jouw kinderen op, Nederlands of Turks? Ik ben er inmiddels achter dat kinderen voor een heel groot deel zichzelf opvoeden. Ik vergelijk het met het plantjes water geven. We geven een willekeurige plant water en leunen vervolgens achterover. De plant ontvouwt zich, groeit, krijgt een kleur en er ontstaan allerlei mooi vormen, bladeren en zelfs geuren.

Beste Enis,
hoe voed jij jouw kinderen op, Nederlands of Turks?

Ik ben er inmiddels achter dat kinderen voor een heel groot deel zichzelf opvoeden. Ik vergelijk het met het plantjes water geven. We geven een willekeurige plant water en leunen vervolgens achterover. De plant ontvouwt zich, groeit, krijgt een kleur en er ontstaan allerlei mooi vormen, bladeren en zelfs geuren.

Zo is het met kinderen ook. We geven ze wat te eten, te drinken, praten wat met ze en leunen vervolgens achterover. We denken wel dat we ze hun identiteit meegeven, maar als we heel eerlijk zijn komen we niet verder dan de taal en de gebruiken van thuis. Dat noemen we dan ‘cultuur’. Wat kinderen aan talenten hebben is voor een groot deel onttrokken aan ons zicht. Gaandeweg hun levensrit ‘ontdekken’ we dit soort dingen bij onze kroost.

Terugkomend op jouw vraag: ik voed ze dus niet op, maar geef ze dingen mee. De taal, de gebruiken, onze grappen en grollen. Hun wereld is een andere dan toen ik zelf nog kind was. In de islam is er een mooie gezegde die luidt: “Voed uw kinderen niet op zoals u, want zij zijn geschapen voor een andere tijd.” Dat is ontzettend moeilijk, maar het is wel waar.

Opvoeden kent bij mij wel een ondergrens, namelijk: respect. Respect is van alle tijden, van alle culturen en van alle geloven. Voorbeeld: het is ‘Dag, papa’ of ‘Hallo, vader’, maar niet ‘Hey, Enis!’. Bent u het daar mee eens, meneer Koetsveld?

Meer info?
Deze column is op 3 juni 2014 verschenen in het Hengelo’s Weekblad van Wegener Media.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin