Er zijn inmiddels overal ter wereld hele teams aan het werk om ons dingen te laten geloven die gewoon niet waar zijn.

Beste Herman,
trap jij ook wel eens in nep-nieuws?

Dat vind ik een lastige vraag eerlijk gezegd. Ik lees Trouw, de krant die ooit de slogan voerde ‘misschien wel de beste krant van Nederland’. En met de buren ruil ik hem met plezier voor de Tubantia waarvan ik vind dat de redactie eerlijk, maar ook met veel liefde en betrokkenheid op ons mooie Twentse land verslag doet en duidt van wat er zoal gebeurd. Dat helpt, lijkt mij.

Maar ik weet inmiddels dat er overal ter wereld hele teams aan het werk zijn om ons dingen te laten geloven die gewoon niet waar zijn. Dat het machtigste land ter wereld bestuurd wordt door een man die regeert met een aaneenschakeling van leugens heeft te maken met dat gemanipuleer van de publieke opinie via nepberichten, zo weten we inmiddels. Vandaag (afgelopen zondag) kiest Brazilië mogelijk een nog engere man als president, een regelrechte fascist en ook hier: de kiezers zijn bespeeld met berichten die raken aan die innerlijke tweeheid van angst en vertrouwen. Wij krijgen er het heen en weer van: Wie geloof ik? Wat geloof ik?

Ik denk daar veel over na. Hoe kan het dat hele volksstammen onzin en onwaarheden wel ‘geloven’, maar niet meer willen weten van nuance, ruimte voor andere opvattingen, van wikken en wegen? Misschien – het is een gedachte die me niet loslaat – komt dat wel omdat de moderne tijd met de twintigste eeuw is ingeluid met mogelijk het grootste nepnieuws dat maar denkbaar is: de ‘ontdekking’ van ‘God is dood’. Jouw en mijn leven wordt sindsdien tot een soort toevalligheid. Een leegte die niet uit te houden is is ontstaan. Daarom willen we alles en iedereen ‘geloven’ die belooft onze angst te dempen. Tot de grootst mogelijke gevaarlijke onzin aan toe.

Deze column is gepubliceerd in het Hengelo’s Weekblad.