Islamdeskundige en moslim Enis Odaci (39) en christen en predikant Herman Koetsveld (55) wonen beiden in Hengelo. Al jaren trekken ze gezamenlijk op. Zij delen een website waarop ze elkaar actuele vragen stellen (www.koetsveld-odaci.nl). Herman is naast predikant ook stadsdichter van Hengelo. Enis is verkeerskundige en schrijft columns, voor onder andere Volzin en Nieuwwij. Zij worden regelmatig gevraagd voor bijeenkomsten waar de interreligieuze dialoog gezocht wordt. Een gesprek met twee bruggenbouwers over wat hen verbindt en hun zorgen over de verdeling in de samenleving. Dit interview is gepubliceerd in de Liturgiekrant van PAX, ter inspiratie voor de Vredesweek in September van dit jaar.

door: Edwin Ruigrok

Bruggenbouwers
‘We zijn enthousiaste bruggenbouwers, dat herken je snel in elkaar. We zijn niet naïef, maar kritische geesten. We kunnen elkaar alle vragen stellen omdat we nieuwsgierig zijn. Eigenlijk zijn we vrij snel vrienden geworden’. Inderdaad, regelmatig wordt er flink gelachen tijdens het interview.

Ze komen uit hele verschillende nesten. Herman is van gereformeerde huize en is met de overtuiging opgevoed dat als iedereen gereformeerd zou worden de hemel op aarde zou neerdalen. ‘Eenhartig’, noemt hij het zelf. Enis kent dat helemaal niet vanuit zijn opvoeding in een Turks-Alevitische gezin. Enis vertelt: ‘Ik ben in een zeer tolerante omgeving opgegroeid, waarin we continue met elkaar in gesprek waren.’ De kritische afstand ten aanzien van de eigen traditie werd hem met de paplepel ingegoten. Herman heeft dit daarentegen zelf moeten leren. Kritisch je eigen traditie kunnen bevragen is een voorwaarde tot gesprek, blijkt uit de woorden van Herman en Enis. Daarin ligt ook besloten dat je elkaar de ruimte geeft om naar je eigen geloofsovertuiging te leven.

Elkaar de ruimte geven
Hoe belangrijk dit is legt Enis uit aan de hand van wat ze samen hebben meegemaakt tijdens het geven van een workshop. ‘Er was een meisje aanwezig dat eigenlijk in de moskee had moeten zijn. Ze was stiekem bij ons. Zij is dus zoekende binnen haar geloof. Het was net na de aanslag op Charlie Hebdo en ze stelde de wezenlijke vraag: “Hoe kan ik vertrouwen hebben in deze samenleving?” Zij zocht ruimte om deze vraag te stellen, want thuis kon ze dat niet. Je kunt dus niet eisen dat zij eerst breekt met die traditie om dan pas je gesprekspartner te worden. Je moet zo iemand meenemen, en de ruimte geven, zodat ze in een sfeer van acceptatie en vertrouwen de vrijheid ervaart om haar eigen richting te kiezen, binnen of buiten haar traditie. Anders raak je haar kwijt.’

Identiteitsloos
Hoe geef je elkaar de ruimte en kun je toch verbindend zijn? Herman: ‘Het probleem is dat we in een identiteitsloze cultuur leven. We leven in een consumentenbubbel, maar welk ideaal hebben we? We zijn de richting kwijt. Hooguit klinkt er een vaag verhaal over waarden en normen, maar het is niet echt bezielend. Vanuit die armoede is de zo zeker ogende islam een spiegel. Zien we in die spiegel niet onze eigen leegte en worden we daarom bang? We zijn bang vanwege het gebrek aan een eigen verhaal.’ Herman gaat door: ‘Het antwoord daarop is dat je moet staan voor je geloof, maakt niet uit welk. Met een sterke eigen identiteit, dus ook in religieus opzicht, zijn andere gelovigen niet zo eng meer. Dan ontstaat er ruimte.’

Poldermodel
Is dat nu niet het grote risico van de godsdiensten, dat ze hun eigen gelijk claimen en dat daar de conflicten uit voort komen? ‘We geloven niet in een theologisch poldermodel’, stelt Enis. ‘Er ontstaat niet een ideale religieuze mix als alle geloofstradities een deel van hun waarheid inleveren. Gelijktijdig kunnen we niet gedogen dat de meerderheid een religieuze overtuiging oplegt  aan de minderheid’, aldus Enis. ‘Die eilandjes van verschillende overtuigingen moeten blijven bestaan, maar laat iedereen met zijn waarheden een bijdrage leveren aan de gedeelde samenleving.  Deze verbinding is mogelijk met universele waarden. Zoals liefde, barmhartigheid, rechtvaardigheid en vertrouwen; dit zijn begrippen die religies ontstijgen. Ik vind het prima als je zeer orthodox bent, maar wat ik je wil vragen is: hoe kan ik liefde aan jou ervaren, wat komt er uit je handen? En als jij dat doet omdat Jezus dat zegt, dan ben ik blij dat Jezus dat zegt. Daarvoor hoeven we echt niet aan elkaars bron te morrelen.’

Open zenuw
Hier is Herman het niet mee eens. Hij heeft te veel strijd geleverd om zich los te worstelen van eenzijdige opvattingen binnen zijn eigen geloofskring. ‘Mijn bronnen zijn veranderd’, zegt hij. ‘De Bijbel als goddelijke openbaring is bijvoorbeeld een achterhaald begrip. Je kunt dus vanuit de theologie wel aan bronnen morrelen.’ Enis is even stil. ‘Laat ik uitleggen wat ik bedoel. De open zenuw in de Nederlandse samenleving is de vrijheid van meningsuiting. De open zenuw van de islam is de religieuze status van Mohammed. Je komt niet aan de vrijheid van meningsuiting, net zo min je aan Mohammed komt. Hoewel dit twee verschillende werelden zijn, is de gevoeligheid dezelfde. Dan denk ik: waarom zouden we morrelen aan de vrijheid van meningsuiting en morrelen aan de status van Mohammed? Je krast immers aan iemands identiteit. Dat kan ook anders.’ Herman brengt hier tegen in dat er ook moslims zijn die beweren dat Mohammed geen heilige is, hij is immers een  mens van vlees en bloed. Enis vindt dat te eenzijdig: ‘Ja, maar het is niet effectief. Je kunt de dialoog met moslims, christenen en elke andere levensovertuiging veel beter voeren langs de lijnen van wat nu humane en inhumane interpretaties binnen hun traditie zijn.’ Uiteindelijk toch weer de vraag: wat komt er uit je handen?

Vertrouwen en veiligheid
Herman knikt instemmend: ‘Mijn houvast is dan mijn overtuiging dat we allemaal mensen zijn, geschapen naar Gods beeld en dat ik steeds in die ander God kan ontdekken. Enis stelt: ‘Ik haal de  overtuiging dat ik geliefd ben niet alleen uit de Koran. We zijn niet gebonden aan één traditie, dat is mijn stelling. De Koran is een reisgenoot, een boek in mijn rugzak door het leven. Daar mogen ook andere boeken in, of andere inspiratiebronnen, zoals Bach.’ Hij voegt hieraan toe: ‘Wat wij als mensheid gemeenschappelijk hebben is het leven dat ons gegeven is, met daarin onze ervaringen. Ten diepste wil ieder mens zich geliefd en vertrouwd voelen. Als ik zeg: ik voel me niet veilig bij jou, en de ander zegt: dat is jouw probleem – dan hebben we geen samenleving.’

Aan de slag gaan
‘Dus laten we elkaar die veiligheid bieden’, zegt Herman. ‘Veiligheid is daar waar liefde en vertrouwen zijn. En liefde ontstaat als muren worden afgebroken. Dat is een universele ervaring en  daarom vinden we dat ook terug in de Bijbel en in de Koran.’ Enis, lachend: ‘Als het maar geen flowerpower vrolijkheid is! Daarom vind ik vertrouwen meer helder dan liefhebben. Vertrouwen, daar moet je aan werken, door je kwetsbaar op te stellen.’ Herman nuanceert vanuit zijn traditie: ‘Liefhebben in de Bijbel is de Thora doen, het is een actie. Vrede is werken, het is vrijheidsstrijd.’

Ook Enis en Herman lijken op twee vrijheidsstrijders die als bruggenbouwers ons oproepen om te worstelen met onszelf, met de ander en soms met God. Herman: ‘Beiden willen we een goede boodschap vertellen en dat willen we met vreugde doen. Zie de mens in die ander! Durf die stap te zetten. Soms leidt het tot niets en soms krijg je er een prachtige vriendschap voor terug.’

Meer info?
Dit artikel is gepubliceerd in de Vredeskrant van PAX. U kunt deze krant met suggesties voor vieringen in de Vredesweek hier downloaden of bezoekt u de website van PAX.