Uit onderzoek blijkt dat steeds minder mensen weten waar het deze week uitlopend op Pasen over gaat. Iets met hazen en eieren, laat de markt ons geloven. En dat terwijl in het maatschappelijk debat te pas, maar vooral te onpas wordt teruggegrepen op ‘onze identiteit’, ‘de joods-christelijke cultuur’, ‘onze tradities‘. Hazen en eieren?

Beste Herman,
waarom heet deze week in jouw traditie ‘de Stille Week’?

Ja, het is een merkwaardige naam. Want wanneer en waar is het nog werkelijke stil? Of in jezelf: wanneer krijg je al die ‘stemmen’ die om jouw aandacht roepen nu eens tot zwijgen?

Deze week voor Pasen heeft meerdere namen: de Goede Week, de lijdensweek, de Passieweek; allemaal linken naar de laatste dagen van het leven van Jezus van Nazareth die ooit op ‘Goede Vrijdag’ door de Romeinen op basis van valse beschuldigingen en na een hopeloos proces als opstandeling tegen het bevoegde gezag werd gekruisigd.

Zijn volgelingen – de wereld is er inmiddels vol mee – kwamen tot de overtuiging dat zijn dood niet zinloos was, maar integendeel, vol betekenis is tot op vandaag. Zijn dood als ‘dragen’ van alle lijden en dood, als de meest intense goddelijke solidariteit met onze sores en sterfelijkheid. Om stil van te worden. Vandaar.

Uit onderzoek blijkt dat steeds minder mensen weten waar het deze week uitlopend op Pasen over gaat. Iets met hazen en eieren, laat de markt ons geloven. En dat terwijl in het maatschappelijk debat te pas, maar vooral te onpas wordt teruggegrepen op ‘onze identiteit’, ‘de joods-christelijke cultuur’, ‘onze tradities‘. Hazen en eieren?

Dè traditie van deze week is die van het opnieuw beleven van die weg van Jezus. In onze Waterstaatskerk en tal van kerken verbeeld: op Witte Donderdag delen we het brood en de wijn als bij ‘het laatste avondmaal’, op Goede Vrijdag klinkt dat verhaal van Jezus’ dood. Op Stille Zaterdag is er dat waken bij die leegte die de dood in ons leven trekt, doorgaand in een lange nacht van wachten op die nieuwe morgen van licht met die ultieme roep: Sta op en leef!

Deze column is gepubliceerd in het Hengelo’s Weekblad.