Laat ik u een verhaal over de liefde vertellen. Verhalenvertellers hebben gelukkig de vrijheid om de werkelijkheid in te kleuren met hun verbeelding. Maar om ons te kunnen identificeren met de hoofdpersonen moeten ze zich wel bewegen in een herkenbare setting. Daarom stel ik u na het lezen van dit verhaal de vraag: wat is feit? Wat is fictie?

Ergens in Nederland staat een kerk op een paar honderd meter van een moskee. Alsof toren en minaret elkaar van een afstand begluren. De jonge Malika is pas begonnen met haar studie. Ze is een wakkere meid. Sterke wil. Maar omdat zij dochter is van de lokale imam heeft zij zich te houden aan veel ongeschreven regels. Haar wil is als het ware aan onzichtbare touwtjes gebonden. Uit respect voor haar vader draagt Malika bijvoorbeeld een hoofddoek. Zo hoeft hij geen gezichtsverlies te lijden in de moskee. Eigenlijk vindt ze dat de islam van haar ouders wel wat moderner mag. Meer openheid, minder vierkant. Na haar opleiding wil Malika via het spel van de politiek de wereld veranderen – mét behoud van haar islamitische identiteit. Kortom, ze gaat haar toekomst helemaal zelf bepalen. Hoe zit het dan met de liefde? Hier wringt nu de schoen. Malika is namelijk tot over haar oren verliefd geworden op een niet-moslim. Lees meer op Humanislam.