Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Beste Enis,
Hoe kijk jij tegen de vrijheid van meningsuiting aan?

De vraag heeft natuurlijk alles te maken met president Erdogan van Turkije. Hij heeft binnen een paar weken zowel in Duitsland als Nederland de discussie over de vrijheid van meningsuiting doen oplaaien. In Duitsland noemde komiek Jan Böhmermann de president een geitenneuker. Hier verweet columnist Ebru Umar president Erdogan NSB-praktijken. Dat was omdat het Turkse consulaat in Nederland burgers opriep om beledigingen aan het adres van Erdogan te melden. Resultaat: Böhmermann is ondergedoken. Umar is in Turkije opgepakt.

De vrijheid van meningsuiting is niet gelijk aan de vrijheid van beledigen. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht voor alle mensen: niemand mag jou beletten een mening te hebben en deze te uiten. Daar hoort bij debat en discussie, op het scherpst van de snede. Vrijheid van beledigen is echter een keuze. Dat is een stevige vorm van meningsuiting die is gericht op het kwetsen van mensen, want bijvoorbeeld misstanden aan de kaak stellen valt al onder de vrijheid van meningsuiting. Het is nu de vraag of het een grondrecht is om mensen te beledigen.

Ik zeg: je hoeft mensen niet te beledigen. Ik zeg ook: je hoeft geen lange tenen te hebben. In beide gevallen slaat het de discussie dood en je vervreemdt mensen die misschien wel je medestander kunnen zijn in het oplossen van misstanden. Het is overigens geen exclusief Turks probleem. In Nederland staat op majesteitsschennis een gevangenisstraf van vijf jaar. Ambtenaren in functie mag je ook niet beledigen. Hoe gaan we daar dan mee om? Ik geloof dat het antwoord ligt in de zelfbeheersing. Als beledigen niet hoeft, doe het dan niet.

Meer info?
Deze column is gepubliceerd in het Hengelo’s Weekblad.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin