Beste Herman, ik hoorde je nogal knorren afgelopen week. Vertel, wat is er aan de hand? Je kent het wel, je moet even iemand spreken, maar komt niet langs de telefonist, personal assistent of hoe die types heten mogen die zijn aangesteld om een wal op te werpen rond de degene die gaat over de vraag die je te stellen hebt.

Beste Herman,
ik hoorde je nogal knorren afgelopen week. Vertel, wat is er aan de hand?

Je kent het wel, je moet even iemand spreken, maar komt niet langs de telefonist, personal assistent of hoe die types heten mogen. Types,  die zijn aangesteld om een wal op te werpen rond degene die gaat over de vraag die je te stellen hebt.

Afgelopen week was het twee keer raak: ‘Helaas, meneer Koetsveld, zo zijn onze regels nu een keer’. Wat ik wil is niet moeilijker dan kort iemand te spreken te krijgen die mij verder zou kunnen helpen met mijn vraag. Hoe ik mijn verzoek ook inkleed, aandring, argumenten opstapel, grappen maak, het helpt allemaal geen fluit. Ja, men is soms zeer begrijpend – ‘persoonlijk vind ik dat u helemaal gelijk heeft’ – maar dan volgt toch dat onvermijdelijke in een of andere cursus geleerde antwoord: ‘Heel vervelend voor u, helaas…..’ en dan klinkt het bekende beroep op De Regel, als Laatste Waarheid voor de omgang met elkaar.

Als troost is er Het Formulier dat ingevuld dient te worden en dan afwachten maar. De stoom komt sissend uit mijn oren. Daarna volgt een fase waarin langzaamaan de restanten frustratie en onbegrip wegvloeien en dan opent zich tenslotte de ruimte voor de weging.

Wat zegt dit van onze tijd? De cultuurvorsers schrijven: in onze samenleving is het wantrouwen en de angst voor de ander het leidende uitgangspunt geworden. Die angst organiseren we met allerlei regels weg. Maar wat is er mis met ons vertrouwen?

Meer info?
Deze column is op 25 februari 2014 verschenen in het Hengelo’s Weekblad van Wegener Media.