Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Beste Herman,
je schreef een kritisch gedichtje over ‘dagzondag’. Waarom?

In 321 na Christus stelde keizer Constantijn de zondag als rustdag in als christelijke variant op de joodse sabbath, de zaterdag, de zevende dag waarop volgens de vierde van de aloude tien geboden niet gewerkt mag worden. We zijn bijna 17 eeuwen zondagsrust verder, maar spannen ons er nu samenlevingsbreed voor in de laatste restjes van dat unieke ritme van 6 +1 op te ruimen. 

De vraag is waarom. Want wie ademt er niet op bij een dag van ‘en nu hoef ik even niets’?Was voorheen het argument van een ‘goddelijk gebod’ van gewicht, nu spreekt dat weinig mensen nog maar aan. Dat snap ik. Maar het gemak waarmee het unieke van de zondag als collectieve rustdag die zo anders is wordt opgegeven geeft te denken. 

De zondag was drager van rust en bezinning. Dat wordt nu ingeruild voor shoppen en vermaak. Met als achterliggend mensbeeld: de homo economicus. Ons vertrouwen versmald tot consumentenvertrouwen. Deze mens heeft geen boodschap meer aan eeuwenoude cultuurdragers. Deze mens buigt diep en hartstochtelijk voor de nieuwe god: De Markt. De Marktgod vaardigt het Grote Gebod uit: Gij zult genieten, koste wat kost. En als De Markt iets wil, dan gehoorzamen wij. Wat ik zeg, koste wat kost. 

O ja, onze kleine ondernemers en wij allemaal mogen er van de gemeente nog iets van zeggen. Let op het mailadreseconomie@hengelo.nl

Meer info?
Deze column is op 17 maart 2015 verschenen in het Hengelo’s Weekblad.

 

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin