Herman Koetsveld en Enis Odaci stellen elkaar elke twee weken een vraag naar aanleiding van de actualiteit. Dat varieert van kleine, persoonlijke thema's tot grote politieke en theologische vragen.

Zusters

Beste Enis,
Hoe was je eerste reis door christelijk Nederland?

Voor de mensen die niet weten waar je naar verwijst. Wij zijn een nieuw project begonnen, dat ‘Spiegelreis’ heet. Ik stuur jou naar vijf islamitische gemeenschappen in Nederland en jij stuurt mij naar vijf christelijke gemeenschappen in Nederland. Zo hopen we meer te weten te komen over ‘de ander’ – die we vaak maar eng en vreemd vinden. Het is spannend, want je komt letterlijk bij vreemde mensen over de vloer en je wordt verwacht intense gesprekken te voeren over wat moslims en christenen geloven en hoe ze in het leven staan.

Maar goed, als wij het niet doen doet niemand het! Dus toog ik afgelopen week naar de Onze Lieve Vrouwe Abdij in Oosterhout – een vrouwenklooster. Ik had bewust niet zoveel gelezen over het leven van zusters, want ik wilde de ontmoetingen onbevooroordeeld beleven. Wel vermoedde ik dat het een zeer gesloten manier van leven zou zijn, want ik wist wel dat leven in een klooster heel concreet betekent dat je het normale leven achter je laat: huis, werk en alles wat je aan toekomstplannen hebt. Er is alleen maar één focus: leven in naam van God, zoals Jezus voorgeleefd heeft.

Ik kan wel zeggen dat de geslotenheid reuze meeviel. De zusters leven niet geïsoleerd, maar teruggetrokken – dat is een goede samenvatting. Ik heb er veel zusters gesproken, gelachen ook en verhalen uitgewisseld. En ik heb alle gebedsdiensten bijgewoond, zes keer per dag. Deze zusters konden fantastisch zingen. De gebeden raakten me en na een gebedsdienst was het altijd genieten van de stilte. Stilte overheerst het leven in het klooster. In stilte eten, in stilte samen zitten, in stilte wandelen. De les die ik in het klooster geleerd heb: wie de stilte waardeert, voert de mooiste gesprekken. Omdat die gesprekken met jezelf zijn en over jezelf gaan.

Deze column is gepubliceerd in het Hengelo’s Weekblad.

Dank voor het lezen van dit artikel. Wees welkom met uw vragen en verzoeken.